Vorige week is eindelijk het definitieve wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap gepubliceerd. Ten opzichte van het concept wetsvoorstel is de belangrijkste wijziging dat de mogelijke dubbele heffingen over dezelfde leningen worden weggenomen. Eerder is al bekend gemaakt dat de ingangsdatum met een jaar werd opgeschoven vanwege de corona crisis. De ingangsdatum is nu vastgesteld op 1 januari 2023 waarbij geldt dat de eerste peildatum 31 december 2023 is.

Het wetsvoorstel komt erop neer dat alle schulden die een aanmerkelijk belanghouder, zijn partner en zijn bloedverwanten in de rechte lijn aan een B.V. hebben waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, excessief zijn op het moment dat deze de drempel van € 500.000 te boven gaan. Enkel de op de ingangsdatum bestaande eigenwoningschulden en nieuwe eigenwoningschulden waarbij hypothecaire zekerheid wordt verleend, blijven buiten schot. Gaat het totaal van de in aanmerking te nemen schulden het bedrag van € 500.000 te boven, dan wordt het bovenmatige deel van de schulden belast als fictief dividend tegen het tarief van box 2 wat vanaf 2021 wordt verhoogd van 26,25% naar 26,9%. Vervolgens wordt, om dubbele heffing te voorkomen, de drempel van € 500.000 verhoogd met het als fictief dividend in aanmerking genomen bedrag zodat in een volgend jaar niet opnieuw dat bovenmatige deel van de schulden wordt belast.

Latere aflossing van het bovenmatige deel van de schulden aan de B.V. wordt gestimuleerd doordat op het moment dat het reeds in aanmerking genomen fictieve dividend op een later moment wordt afgelost de aanmerkelijk belanghouder het bedrag van de aflossing van het bovenmatige deel van de schulden als negatief fictief dividend in aanmerking mag nemen. Dit negatieve box 2 inkomen kan vervolgens met inachtneming van de bestaande verliesverrekeningstermijnen worden verrekend met positief box 2 inkomen. Let wel op dat een verlies uit box 2 slechts 1 jaar terug en 6 jaar vooruit kan worden verrekend. Als dus in enig jaar een fictief dividend in aanmerking moet worden genomen, kan enkel de aflossing van het bovenmatige deel van de schulden in het volgende jaar ervoor zorgen dat dit direct verrekend wordt met een negatief fictief dividend.

Uiteraard bevat het wetsvoorstel ook bepalingen die het ontwijken ervan tegengaan. Als de aanmerkelijk belanghouder of een met hem verbonden persoon bijvoorbeeld met tussenvoeging van een derde gelden leent van zijn B.V. wordt de aanmerkelijk belanghouder geacht zelf rechtstreeks geld te hebben geleend van de B.V. De derde fungeert dan enkel als doorgeefluik om niet direct zelf bij de B.V. te lenen. Dit soort constructies wordt zodoende actief bestreden.

Een belangrijk punt van kritiek op het concept wetsvoorstel was dat ook de aanmerkelijk belanghouder die de geleende gelden heeft gebruikt voor min of meer veilige investeringen ermee wordt geconfronteerd. Met dit kritiekpunt is helaas niks gedaan zodat ook in situaties waarin bijvoorbeeld onroerende zaken met grote overwaarden zijn gefinancierd met geld uit de B.V. er gewoon sprake kan zijn van excessief lenen en belastingheffing in box 2 ondanks dat de terugbetaling aan de B.V. volledig veiliggesteld is.

Door de ingangsdatum van 1 januari 2023 is er op dit moment nog voldoende tijd voor de aanmerkelijk belanghouders die met dit wetsvoorstel worden geconfronteerd om iets te regelen maar duidelijk is wel dat er actie vereist is om heffing over het fictieve dividend te ontlopen.

CategoryAlgemeen
logo-footer