Sinds het kerstarrest van 24 december 2021 is er een hoop gebeurt rondom de belastingheffing in box 3. De Hoge Raad heeft toen aangegeven dat de heffing in box 3 gebaseerd moet zijn op werkelijk behaalde rendement en niet hoger mag zijn dan dat.

Vervolgens heeft de wetgever een manier bedacht om aan de uitspraak van de Hoge Raad te voldoen. Er is een onderverdeling gemaakt in box 3 vermogensbestanddelen waarbij onderscheidt wordt gemaakt tussen bank- en spaartegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor deze drie categorieën worden vervolgens jaarlijks rendementspercentages bepaald op basis waarvan de belastingheffing in box 3 berekend wordt. De vraag is nu natuurlijk of het nog nodig en zinvol is om bezwaar te maken tegen de box 3 heffing. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de vermogensmix waaruit uw box 3 vermogen bestaat.

Heeft u voornamelijk spaargeld en -tegoeden in box 3?

Dan hoeft u geen bezwaar meer te maken tegen de box 3-heffing. De heffing bedraagt dan vermoedelijk niet meer dan het door u behaalde rendement op uw spaargeld en -tegoeden.

Heeft u (een mix van) overige vermogensbestanddelen in box 3?

En kunt u aantonen dat uw werkelijke rendement in het betreffende belastingjaar lager is dan het berekende belastbaar inkomen in box 3? Dan kunt u bezwaar blijven maken tegen de box 3-heffing. De heffing mag namelijk niet meer bedragen dan het daadwerkelijk gerealiseerde rendement op basis van de uitspraak van de Hoge Raad op 24 december 2021.

Het is dus juist nu van belang om uw individuele box 3 situatie te laten beoordelen door een specialist die voor u kan bepalen of het kerstarrest in uw voordeel te gebruiken is.

CategoryAlgemeen
logo-footer